Loont het om je lening over te sluiten? Alleen als je met de nieuwe lening in totaal minder betaalt dan met je huidige lening, inclusief de vergoeding voor vervroegd aflossen en de kosten van de nieuwe lening.

Een lening oversluiten betekent dat je een nieuwe lening neemt en met dat geld je bestaande lening in één keer aflost. Een lagere rente op papier is daarbij geen garantie dat je minder kwijt bent: wie de looptijd verlengt of meteen wat bijleent, betaalt al snel meer.

Wat oversluiten is en wat het niet is

Wie een lening oversluit, vervangt de oude lening door een nieuwe. Dat kan met één lening, maar je kunt ook meerdere kredieten tegelijk aflossen met één nieuwe lening. Dat laatste heet samenvoegen: een vorm van oversluiten. Geen van beide levert vanzelf minder rente op. Of je goedkoper uit bent, hangt af van de rente en de kosten van de nieuwe lening tegenover wat je nu betaalt.

De nieuwe lening kan een persoonlijke lening zijn of een doorlopend krediet. In beide gevallen vergelijk je wat je in totaal betaalt voor het bedrag dat nog openstaat.

Na het oversluiten mag je de nieuwe lening gewoon eerder aflossen. De wet geeft je bij consumentenkrediet altijd het recht om geheel of gedeeltelijk vervroegd af te lossen (artikel 7:68 Burgerlijk Wetboek). Je zit dus niet vast aan die ene grote lening.

Wanneer een lening oversluiten loont en wanneer niet

Het antwoord verschilt per situatie. Zoek de rij die het meest op de jouwe lijkt.

Jouw situatie

Wat dat betekent voor oversluiten

Je betaalt een vaste rente die hoger ligt dan het aanbod voor een nieuwe lening en je lening loopt nog jaren.

In deze situatie kan oversluiten lonen. De kredietgever mag wel een vergoeding vragen voor vervroegd aflossen. Reken die mee.

Je hebt een lening met een variabele rente.

Je mag over het algemeen in één keer aflossen zonder vergoeding (bron: AFM). Vergelijk dan alleen het jaarlijks kostenpercentage (JKP) en de totale kosten.

Je hebt meerdere kleine kredieten, zoals een creditcard, kopen op afbetaling of een roodstand.

Samenvoegen geeft je één maandbedrag en meer overzicht. Goedkoper is het alleen als het JKP van de nieuwe lening lager ligt en je de oude limieten echt opzegt.

Je lost weinig af op een doorlopend krediet of betaalt alleen rente.

Vraag eerst je eigen kredietgever om een herbeoordeling. Daar mag hij geen kosten voor rekenen. De AFM raadt aan om na te gaan of een oversluiting je situatie echt verbetert (bron: AFM).

Het renteverschil is klein of je lening loopt bijna af.

De vergoeding en de moeite wegen dan zwaar tegen wat je wint. Het rekenvoorbeeld onderaan deze pagina laat zien hoe je dat nagaat.

Je wilt bij het oversluiten meteen extra geld lenen.

Dan is het geen besparing meer, want je schuld wordt groter.

Vergelijk altijd op het JKP en niet alleen op de rente. In het JKP zitten alle kosten van het krediet: de rente, commissielonen, belastingen en de kosten van verplichte nevendiensten. Kijk daarna naar de totale kosten over de hele looptijd en niet alleen naar het maandbedrag. Ook het Nibud geeft dat advies.

De vergoeding voor vervroegd aflossen bij oversluiten

Je oude lening los je bij het oversluiten vervroegd af. Of je kredietgever daar iets voor mag rekenen, regelt hetzelfde wetsartikel 7:68 (stand oktober 2026):

  • Valt de aflossing in een periode zonder vaste rente, dan mag de kredietgever geen vergoeding vragen.
  • Bij een vaste rente en een resterende looptijd van meer dan één jaar is de vergoeding maximaal 1% van het bedrag dat je vervroegd aflost.
  • Bij een vaste rente en een resterende looptijd van ten hoogste één jaar is dat maximaal 0,5%.
  • De vergoeding is nooit hoger dan de rente die je over de resterende looptijd nog had betaald.
  • Rood staan dat je bank toestaat (een geoorloofde debetstand) kost bij aflossen geen vergoeding.
  • Alleen bij een krediet boven € 75.000 mag de kredietgever meer vragen, als hij aannemelijk maakt dat hij een groter verlies lijdt.

Vraag je kredietgever om het exacte bedrag op papier voordat je iets tekent. Voor de nieuwe lening geldt ook een wettelijk maximum: de kredietvergoeding mag sinds 1 januari 2026 niet hoger zijn dan 12% per jaar (bron: Rijksoverheid).

Vanaf 20 november 2026 gelden nieuwe regels voor consumentenkrediet, op basis van een herziene Europese richtlijn (bron: AFM, stand oktober 2026). Sluit je na die datum een lening over, vraag je kredietgever dan welke vergoedingsregels in je overeenkomst staan.

Je lening oversluiten, stap voor stap

  1. Zoek de gegevens van je huidige lening op: het openstaande bedrag, de soort rente (vast of variabel), de einddatum van een vaste rente, de resterende looptijd en je maandbedrag.
  2. Vraag je kredietgever welke vergoeding hij rekent als je nu alles aflost en laat dat bedrag schriftelijk bevestigen.
  3. Vraag een aanbod voor de nieuwe lening met dezelfde of een kortere looptijd. Zo voorkom je dat een lager maandbedrag alleen komt door een langere looptijd.
  4. Leg de totale kosten naast elkaar: wat je met de oude lening nog betaalt tegenover wat de nieuwe lening kost, plus de vergoeding.
  5. Gaat de nieuwe lening door, controleer dan of de oude lening volledig is afgelost en zeg kredietlimieten op die je niet meer gebruikt.

Het BKR registreert ook creditcardlimieten en roodstandlimieten (bron: Nibud, stand oktober 2026). Een limiet die je laat openstaan, blijft dus als krediet op je naam staan.

Wat er bij het BKR verandert als je oversluit

Oversluiten zie je terug in je BKR-registratie. Een krediet wordt geregistreerd als het € 250 of meer is en langer dan één maand loopt (stand oktober 2026, bron: Mijn Kredietregistratie). Dat geldt dus ook voor je nieuwe lening.

Je oude lening verdwijnt niet meteen uit het register. Na het aflossen blijven de gegevens nog vijf jaar staan. Een codering door een betalingsachterstand blijft even lang zichtbaar (bron: Nibud, stand oktober 2026). Oversluiten wist een achterstand dus niet uit.

Voordat je de nieuwe lening krijgt, moet de kredietgever je toetsen. Die kijkt naar je inkomen, je huishouden, je woonlasten en je andere leningen (bron: Nibud, stand oktober 2026). Word je afgewezen, dan loopt je huidige lening gewoon door.

Risico’s van een lening oversluiten

  • Een langere looptijd maakt je maandbedrag lager, maar je betaalt dan ook langer rente. De totale kosten kunnen zo hoger uitvallen dan bij je oude lening. Het Nibud raadt aan een lening niet langer te laten lopen dan de levensduur van wat je ervan koopt.
  • Wie bij het oversluiten meteen een hoger bedrag leent, heeft daarna meer schuld dan ervoor.
  • Los je een creditcard of doorlopend krediet af zonder de limiet op te zeggen, dan kun je het geld opnieuw opnemen. Dan heb je straks twee schulden in plaats van één.
  • Een kredietgever of bemiddelaar benadert je soms zelf met een voorstel om over te sluiten. Reken zo’n voorstel na met de stappen hierboven voordat je erop ingaat.

Extra aflossen of niets doen in plaats van oversluiten

Oversluiten is niet de enige manier om minder rente te betalen. Heb je spaargeld dat je niet als buffer nodig hebt, dan kun je ook extra aflossen op je bestaande lening. Dat mag altijd. Bij een vaste rente gelden dezelfde vergoedingsregels als hierboven. Over elke euro die je aflost, betaal je daarna geen rente meer.

Niets doen is ook een uitkomst. Bij een klein renteverschil levert oversluiten weinig op, zoals het rekenvoorbeeld hieronder laat zien. Loopt je lening binnen één jaar af, dan is ook de rente die je nog kunt besparen beperkt. Twijfel je of je lening in je budget past, dan helpt de Risicometer Lenen van het Nibud je dat na te gaan.

Heb je meerdere schulden en lukt het betalen nu al niet meer, dan lost een nieuwe lening dat niet op: je verplaatst de schuld alleen. Neem dan contact op met je gemeente: daar is schuldhulpverlening gratis (bron: Rijksoverheid). Ook het Nibud en Geldfit helpen je verder.

Verdien je de vergoeding voor oversluiten terug?

Een vuistregel geeft snel houvast. Deel 1 door het renteverschil in procentpunten. De uitkomst is het minimale aantal jaren dat je nodig hebt om een vergoeding van 1% terug te verdienen. In werkelijkheid duurt het langer, omdat je schuld en daarmee je rentewinst elk jaar kleiner wordt.

Een rekenvoorbeeld met fictieve bedragen en rentes. Er staat nog € 10.000 open tegen een vaste rente van 11%. Je krijgt een aanbod van 8%.

  • De vergoeding is maximaal 1% van € 10.000, dus € 100.
  • Het renteverschil is 3 procentpunt. Over € 10.000 is dat € 300 per jaar, zolang het hele bedrag openstaat.
  • Volgens de vuistregel verdien je de vergoeding in minimaal vier maanden terug: 1 gedeeld door 3 is een derde jaar.
  • Is het renteverschil maar 0,5 procentpunt, dan duurt het minimaal twee jaar. Loopt je lening korter dan dat, dan verdien je de vergoeding niet terug.

Tel daar de kosten van de nieuwe lening bij op, die je in het JKP ziet. Op de pagina over een lening berekenen zet je de maandlast en de totale kosten van beide leningen naast elkaar.