Je auto is aan vervanging toe en je hebt een tweedehands exemplaar van € 10.000 op het oog, maar dat bedrag staat niet op je spaarrekening. Voor zo’n eenmalige aankoop is een persoonlijke lening bedoeld. Je leent het hele bedrag in één keer en betaalt het terug met een vast bedrag per maand, tegen een rente en een looptijd die vanaf de eerste dag vastliggen. Sinds 1 januari 2026 mag een kredietverstrekker daarvoor hooguit 12% per jaar rekenen (bron: Rijksoverheid).
Of zo’n lening voor jou verstandig is, hangt af van wat hij in totaal kost, hoe lang hij loopt en of de maandlast in je budget past. Ook de wet stelt grenzen. En soms pakt sparen beter uit dan lenen.

Hoe een persoonlijke lening werkt
Bij het afsluiten liggen het bedrag, de rente en de looptijd vast. Daarmee ligt ook het aflosschema vast: op de dag dat je tekent, weet je al wanneer je klaar bent met aflossen (bron: Nibud, soorten leningen).
De vaste onderdelen van een persoonlijke lening op een rij:
- je ontvangt het geleende bedrag in één keer
- de rente blijft de hele looptijd gelijk
- je betaalt elke maand hetzelfde bedrag, deels rente en deels aflossing
- de einddatum staat vanaf het begin vast
Je betaalt rente over het bedrag dat nog openstaat (bron: Rijksoverheid). Naarmate je verder aflost, gaat er dus een kleiner deel van je vaste maandbedrag naar rente en een groter deel naar aflossing. Een persoonlijke lening past bij één aankoop waarvan je het bedrag vooraf kent, zoals een auto of een nieuwe keuken. Heb je het geld juist in delen nodig, verspreid over een langere periode, dan is een doorlopend krediet daarvoor bedoeld.
Wat een persoonlijke lening kost
De kosten van een persoonlijke lening zie je terug in het jaarlijks kostenpercentage (JKP). Elke kredietverstrekker zet het JKP op dezelfde manier in een krediettabel, zodat je twee aanbiedingen zuiver naast elkaar kunt leggen. In het JKP zitten alle kosten van de lening (bron: AFM):
- het rentepercentage
- commissielonen
- belastingen
- kosten van verplichte nevendiensten, zoals een verplichte betaalrekening
- andere vergoedingen die bij de kredietovereenkomst horen
De wet begrenst die kosten. Sinds 1 januari 2026 is de maximale kredietvergoeding 12% per jaar: de wettelijke rente van 4% plus 8 procentpunt. Tot die datum lag het maximum op 14%. De wettelijke rente wordt elk half jaar opnieuw vastgesteld, dus het maximum beweegt mee; 12% is de stand van oktober 2026 (bron: Rijksoverheid).
Dat maximum is een plafond en geen richtprijs: wat je werkelijk betaalt, staat in het JKP van je offerte. Dat JKP hangt af van je eigen situatie en van de looptijd. De opbouw van rente en tarieven van lenen verklaart waar de verschillen vandaan komen.
Rekenvoorbeeld tegen het wettelijke maximum
Wat betekent dat plafond voor de auto van € 10.000? De tabel hieronder is een eigen berekening met het maximum van 12% per jaar (stand oktober 2026) en een vast bedrag per maand. Het is geen aanbieding van een kredietverstrekker; het laat zien wat de looptijd met je kosten doet.
|
Looptijd |
Per maand |
Totaal terugbetaald |
Kosten van de lening |
|
3 jaar |
ongeveer € 329 |
ongeveer € 11.850 |
ongeveer € 1.850 |
|
5 jaar |
ongeveer € 219 |
ongeveer € 13.160 |
ongeveer € 3.160 |
Twee jaar langer lenen haalt zo’n € 110 van je maandlast af, maar kost je ruim € 1.300 extra.
Een looptijd die past bij wat je koopt
Het Nibud adviseert een lening niet langer te laten lopen dan je aankoop meegaat. Rij je een auto vijf jaar, dan hoort de lening binnen vijf jaar afbetaald te zijn (bron: Nibud, geld lenen). Loopt de lening langer, dan betaal je nog af op een auto die al is vervangen.
Een lange looptijd lijkt aantrekkelijk, want de maandlast is lager. De AFM wijst erop dat een lage maandlast vaak betekent dat je langer terugbetaalt (bron: AFM, afsluiten van een lening). Kijk daarom naar de totale kosten en niet alleen naar het bedrag per maand. Of een maandlast in je budget past, reken je na met de Risicometer Lenen van het Nibud.
Eerder aflossen en de vergoeding daarvoor
Je mag een persoonlijke lening altijd helemaal of gedeeltelijk eerder aflossen, waardoor je minder kredietkosten betaalt. Omdat de rente vastligt, mag de kredietverstrekker daarvoor wel een vergoeding vragen:
- maximaal 1% van het extra afgeloste bedrag als de resterende looptijd langer is dan één jaar
- maximaal 0,5% als de resterende looptijd één jaar of korter is
- nooit meer dan de rente die je over de resterende looptijd nog had betaald
Zo staat het in artikel 7:68 van het Burgerlijk Wetboek (stand oktober 2026). Bij een krediet boven € 75.000 mag de vergoeding hoger zijn als de kredietverstrekker een groter verlies aannemelijk maakt. Wil je een lopende lening vervangen door een goedkopere, dan telt deze vergoeding mee in de afweging om je lening over te sluiten.
Persoonlijke lening of doorlopend krediet
Een doorlopend krediet, bij het Nibud flexibel krediet genoemd, is de andere veelgebruikte vorm van consumptief krediet. De twee verschillen vooral in hoe je het geld krijgt en hoe de rente zich gedraagt (bron: Nibud, soorten leningen).
|
Persoonlijke lening |
Doorlopend krediet |
|
|
Hoe je het geld krijgt |
een vooraf vastgesteld bedrag, in één keer |
een kredietlimiet waaruit je tijdens de opnameperiode in één keer of in delen geld opneemt |
|
Rente |
vast voor de hele looptijd |
kan variabel zijn, waardoor je maandlast kan stijgen |
|
Looptijd en aflossen |
looptijd en aflosschema liggen vast |
na de opnameperiode daalt de limiet elke maand tot alles is afgelost |
|
Rente betaal je over |
het bedrag dat nog openstaat |
het bedrag dat je hebt opgenomen |
|
Bedoeld voor |
één aankoop met een bekend bedrag |
af en toe een groter bedrag, zoals een verbouwing die lang duurt |
Volgens het Nibud is de rente op een persoonlijke lening meestal hoger dan op een doorlopend krediet. Daar staat tegenover dat je met een doorlopend krediet makkelijk meer leent dan nodig. Met een persoonlijke lening weet je vooraf precies wat één aankoop je kost. Bij een doorlopend krediet hangt dat af van wat je opneemt en hoe de rente beweegt.
Wat de kredietverstrekker vooraf controleert
Voordat je het geld krijgt, moet de kredietverstrekker nagaan of je de lasten kunt dragen. Je geeft daarvoor informatie over je inkomen, je huishouden en je woonlasten. Bij het BKR kijkt de kredietverstrekker of je al andere leningen hebt lopen (bron: Nibud, geld lenen). De Gedragscode Consumptief Krediet gaat daarbij uit van een leennorm: het bedrag dat je huishouden minimaal moet overhouden voor levensonderhoud. Hoeveel je kunt lenen, volgt dus uit je eigen situatie en niet uit een vast bedrag. Een lening zonder deze controle is niet toegestaan.
Een persoonlijke lening komt in het kredietregister van het BKR zodra je € 250 of meer leent voor langer dan één maand (bron: Mijn Kredietregistratie, stand oktober 2026). Na het aflossen blijft die BKR-registratie nog vijf jaar staan (bron: Nibud). Aanbieders die lenen zonder BKR beloven, houden zich niet aan die verplichte controle en brengen je zo dieper in de schulden. Vraagt een partij vooraf geld om een lening te regelen, dan gaat het volgens de AFM meestal om fraude.
Bij het afsluiten heb je deze rechten en controles (stand oktober 2026):
- je controleert vooraf of de aanbieder of adviseur een vergunning van de AFM of DNB heeft (bron: AFM)
- een adviseur mag geen kosten rekenen voor het afsluiten van de lening (bron: AFM)
- je mag de kredietovereenkomst binnen veertien kalenderdagen zonder opgave van redenen ontbinden (artikel 7:66 BW)
Risico’s van een vaste maandlast
Een vaste rente en een vast maandbedrag geven zekerheid, maar die zekerheid werkt twee kanten op. De termijn blijft gelijk, ook in een maand waarin je minder te besteden hebt. Een lening loopt vaak jaren, waarin je inkomen kan dalen door werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of pensioen. Ook je vaste uitgaven stijgen soms, bijvoorbeeld door onderhoud aan je huis (bron: Nibud).
Loop je meer dan twee maanden achter met betalen, dan krijg je eerst een waarschuwing. Daarna meldt de kredietverstrekker de achterstand bij het BKR als codering. Ook die codering blijft na het aflossen vijf jaar staan, zodat een kredietverstrekker hem bij een nieuwe aanvraag tegenkomt (bron: Nibud). Lukt het aflossen niet meer, zoek dan hulp voordat de achterstand oploopt. De gemeente biedt gratis schuldhulpverlening (bron: Rijksoverheid). Bij het Nibud en bij Geldfit vind je hulp bij geldzorgen.
Een nieuwe lening lost een betalingsprobleem niet op, ook niet als het een snelle minilening is. Voor zo’n minilening, met een looptijd korter dan drie maanden, geldt ook het maximum van 12% per jaar (bron: Rijksoverheid).
Sparen of lenen voor je aankoop
Lenen kost rente, sparen niet. Het Nibud raadt aan eerst te kijken of sparen voor je aankoop mogelijk is: je zit dan niet vast aan verplichte aflossingen en zet geld opzij wanneer het jou uitkomt. Heb je al spaargeld, dan is het volgens de AFM vaak veel goedkoper om dat eerst te gebruiken. En soms is de beste keuze om de aankoop uit te stellen of een goedkoper exemplaar te nemen, zodat je helemaal niet hoeft te lenen.
Een persoonlijke lening past wel bij je situatie als alle drie deze punten kloppen:
- het gaat om één aankoop met een bedrag dat je vooraf kent
- de looptijd is niet langer dan de tijd dat je de aankoop gebruikt
- de maandlast past in je budget, ook als je inkomen een tijd lager uitvalt
Twijfel je over dat laatste punt, dan is dat al een antwoord: wachten en sparen kost je minder dan een lening die knelt.