Leen je € 10.000 tegen de wettelijke maximale rente van 12% en los je in vijf jaar af, dan betaal je ongeveer € 219 per maand en ruim € 3.160 aan rente. Een lening berekenen doe je met drie gegevens: het leenbedrag, de rente per jaar en de looptijd. De rekenstappen staan hieronder uitgeschreven, zodat je ze met je eigen bedragen kunt herhalen. Alle cijfers zijn een rekenvoorbeeld en geen aanbod.

Rekenvoorbeeld bij de wettelijke maximale rente van 12%

De rente op een consumptieve lening mag in 2026 niet hoger zijn dan 12% per jaar. Dat maximum heet de maximale kredietvergoeding. Het bestaat uit de wettelijke rente van 4% plus 8 procentpunt en geldt sinds 1 januari 2026 (bron: Rijksoverheid, geraadpleegd in oktober 2026). Verandert de wettelijke rente, dan schuift het maximum mee. Dit voorbeeld rekent met dat maximum, omdat een Nederlandse kredietaanbieder niet meer mag rekenen.

Het voorbeeld gaat uit van € 10.000, een looptijd van 60 maanden en een maandlast die gelijk blijft, zoals bij een persoonlijke lening met vaste rente en vaste looptijd.

  1. Reken de jaarrente om naar een maandrente: (1 + 0,12)1/12 – 1 = 0,009489. Dat is 0,9489% per maand.
  2. Vul de formule voor de maandlast in: € 10.000 × 0,009489 ÷ (1 – 1,009489-60) = € 219,36.
  3. Vermenigvuldig de maandlast met de looptijd: € 219,36 × 60 = € 13.161,60.
  4. Trek het geleende bedrag eraf: € 13.161,60 – € 10.000 = € 3.161,60 aan rente.

In de eerste maand bestaat die € 219,36 uit € 94,89 rente en € 124,47 aflossing. Elke maand daarna daalt het rentedeel, omdat je alleen rente betaalt over het bedrag dat nog openstaat.

Lening berekenen met de formule voor de maandlast

De som hierboven gebruikt de annuïteitenformule: maandlast = leenbedrag × i ÷ (1 – (1 + i)-n). Daarin is i de maandrente als decimaal getal en n het aantal maanden. De uitkomst is een bedrag dat elke maand gelijk blijft, terwijl het rentedeel krimpt en het aflossingsdeel groeit.

Let bij zelf rekenen op twee punten:

  • De jaarrente delen door twaalf. Bij 12% geeft dat 1% per maand en een maandlast van ruim € 222, een paar euro meer dan in het voorbeeld. Stap 1 gaat uit van een effectief percentage per jaar: een percentage waarin rente op rente al is verwerkt. Noemt je offerte een maandrente, gebruik die dan direct als i.
  • Te vroeg afronden. Reken met de maandrente in zes decimalen en rond pas de maandlast af op centen.

De formule werkt alleen bij een vast bedrag, een vaste rente en een vaste looptijd. Bij een doorlopend krediet is de rente variabel en neem je wisselende bedragen op, waardoor de maandlast en de totale kosten vooraf niet vaststaan. Reken daar met het bedrag dat je werkelijk opneemt en met de rente van dat moment. Herhaal de som zodra een van beide verandert.

Wat looptijd en rente met je totale kosten doen

Een langere looptijd verlaagt de maandlast en verhoogt de totale rente, want je betaalt langer rente over het openstaande bedrag. De tabel laat dat zien voor € 10.000 tegen 12% per jaar, het wettelijk maximum in 2026.

Looptijd

Maandlast

Totaal terugbetaald

Totale rente

36 maanden

€ 329,22

€ 11.851,92

€ 1.851,92

60 maanden

€ 219,36

€ 13.161,60

€ 3.161,60

120 maanden

€ 139,95

€ 16.794,00

€ 6.794,00

Tien jaar aflossen in plaats van drie jaar scheelt € 189 per maand en kost ruim € 4.900 extra rente. Kies de looptijd daarom niet op de laagste maandlast. Het Nibud raadt aan een lening niet langer te laten lopen dan de levensduur van wat je ermee betaalt. Gebruik je een auto vijf jaar, dan los je de lening binnen vijf jaar af (bron: Nibud, geraadpleegd in oktober 2026). Dezelfde vuistregel geldt voor een uitgave aan je huis, zoals de financiering van een warmtepomp.

De rente weegt net zo zwaar. Welk percentage je krijgt, verschilt per aanbieder en per persoon, maar een Nederlandse kredietaanbieder mag niet boven het wettelijk maximum uitkomen. Hoeveel de rente uitmaakt, zie je door het voorbeeld met de helft van het maximum door te rekenen. Die 6% is een rekengetal en geen tarief dat een aanbieder hanteert. De maandlast bij 60 maanden zakt dan naar € 192,59 en de totale rente naar € 1.555,40. Met dezelfde som reken je na wat een lening oversluiten naar een lagere rente oplevert en of dat opweegt tegen kosten voor vervroegd aflossen.

Kosten die niet in de maandlast zitten

Rente is niet altijd de enige kostenpost. De Rijksoverheid noemt als voorbeelden een afsluitprovisie, een verplichte overlijdensrisicoverzekering en een boete als je eerder aflost (bron: Rijksoverheid, geraadpleegd in oktober 2026). Reken je alleen met de kale rente, dan ontbreken zulke kosten in je uitkomst.

Het wettelijk maximum van 12% geldt in 2026 voor de totale kredietvergoeding: rente en bijkomende kosten samen. Dat totaal heet het jaarlijks kostenpercentage en een aanbieder moet het vermelden (bron: Nibud, 2026). Reken daarom met het jaarlijks kostenpercentage en niet met de kale rente. Een boete voor eerder aflossen reken je apart mee. Let daarnaast op het totaalbedrag dat je terugbetaalt, want daaraan zie je wat de lening je werkelijk kost.

Kom je na het tekenen bij het narekenen op een ander bedrag uit dan je verwachtte? Een kredietovereenkomst mag je binnen 14 dagen na het afsluiten beëindigen (bron: Rijksoverheid, geraadpleegd in oktober 2026).

Maximaal lenen is geen bedrag dat je zelf uitrekent

Voor maximaal lenen bestaat geen formule zoals voor de maandlast. De kredietverstrekker beoordeelt vóór het afsluiten of je de lasten van de lening kunt dragen. Daarvoor geef je informatie over:

  • je inkomen
  • je huishouden
  • je woonlasten
  • leningen die al lopen, die de kredietverstrekker controleert bij het BKR

De ondergrens in die toets is de leennorm: het minimumbedrag dat een huishouden moet overhouden voor levensonderhoud. Die norm staat in de gedragscode voor consumptief krediet en is gebaseerd op cijfers van het Nibud (bron: Nibud, 2026). Houd je na de maandlast minder over dan dat minimum, dan is de lening te hoog.

Geldverstrekkers zijn verplicht je te toetsen voordat ze je een lening geven (bron: Nibud, 2026). Die toets beschermt je tegen een schuld die je niet kunt terugbetalen, dus een aanbieder die hem overslaat is een waarschuwing en geen kans. Het Nibud raadt af te lenen bij een aanbieder zonder vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

De uitkomst van de toets is een bovengrens en geen richtbedrag. Draai de som daarom om. Bepaal eerst welke maandlast je ook kunt betalen als je inkomen daalt of je vaste lasten stijgen. Reken daarna terug naar een bedrag en een looptijd. Met de Risicometer Lenen van het Nibud toets je of een lening in je eigen budget past.

Reken ook uit wat niet lenen kost

Dezelfde € 219,36 per maand kun je ook opzijzetten. Na 46 maanden heb je dan ruim € 10.000 bij elkaar, zonder € 3.161,60 rente te betalen. Sparen is volgens het Nibud bovendien flexibeler, omdat je niet vastzit aan verplichte aflossingen (bron: Nibud, 2026). Kan de uitgave wachten, dan is niet lenen de goedkoopste uitkomst.

Een lening ligt jaren vast, terwijl je inkomen in die tijd kan dalen door werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of pensioen. Loop je meer dan twee maanden achter met betalen, dan meldt de geldverstrekker dat bij het BKR. Voor andere geldverstrekkers is zo’n melding vaak een reden om geen nieuwe lening te geven (bron: Nibud, 2026).

Lukt rondkomen nu al niet, dan lost een nieuwe lening dat niet op. Je gemeente helpt met schuldhulpverlening, het Nibud geeft informatie over beginnende geldproblemen en bij Geldfit stel je gratis en anoniem je vraag via 0800-8115.

Reken een lening dus altijd twee keer door: één keer met de rente en looptijd uit het aanbod en één keer als spaarbedrag per maand. Het verschil tussen die twee uitkomsten is wat eerder kopen je kost.